• English
  • T
  • Nederlands
  • Deutsch
  • Svenska
  • Espa

Ontwerp een Microtraining sessie

 

De opbouw van een Microtraining sessie

De doelgroep is bepaald en het onderwerp is verdeeld in deelonderwerpen. Nu is het tijd om je eerste Microtraining sessie te ontwerpen. De volgende outline kan worden aangehouden:

 

Een actieve start

Activeer de deelnemers door een goed gekozen, leuke en prikkelende actieve start. Zet ze direct aan het denken, door ze te laten reflecteren, te laten vergelijken, door het stellen van een vraag of het poneren van een stelling. Belangrijk is dat door de actieve start een link wordt gelegd met het doel van de sessie. Bijvoorbeeld:

  • “Weet je dat ons bedrijf meer dan 1.000 E per maand verspilt doordat ons afval niet altijd goed wordt gescheiden?”
  • Of activerender: “Hoeveel geld denk je dat we maandelijks verspillen, doordat we ons afval niet altijd goed scheiden?
  • Of toon een foto, genomen in het bedrijf, van een ongesorteerde berg afval en stel een vraag: “Denk je dat deze berg afval bij ons is gevonden of bij een ander bedrijf?”
  • Of toon een krantenkop: Bedrijven verspillen honderden Euro’s door het niet scheiden van afval. “Geldt dit ook voor onze organisatie?”

 

Bedenk een oefening

Bedenk een oefening waarin de kennis over het onderwerp van je sessie actief wordt gedeeld. Kies een vorm die bij jou en de deelnemers past. Laat je inspireren, wees creatief en probeer eens iets nieuws. Bereid de oefening goed voor!

  • Ontwerp een invuloefening.
  • Zoek een plaatje of een foto (een probleem met een product of in de productie) om de discussie te starten.
  • Maak een kort rollenspel.
  • Denk na over het onderwerp voor een mind map.
  • Stel een open vraag en vraag de deelnemers hun antwoorden op een post-it te schrijven.
  • Laat de deelnemers elkaar twee aan twee interviewen over een bepaalde vraag.
  • Ga naast een machine staan en vraag een medewerker een knelpunt te demonstreren.

 

Faciliteer discussie


Tijdens de discussie koppel je terug naar de oefening. Laat de deelnemers aan het woord. Door het stellen van vragen kom je erachter of de deelnemers de oefening hebben begrepen. Door het geven van positieve feedback voelen deelnemers zich gewaardeerd. Bedenk van te voren welke vragen kunnen worden gesteld stellen en hoe je omgaat met nieuwe vragen. Zorg dat alle deelnemers betrokken zijn.
 

  • Soms vinden mensen het moeilijk om het woord te nemen. Geef alle deelnemers één voor één het woord.
  • Stel vragen aan deelnemers die uit zichzelf niet snel naar voren treden. Stel hen op hun gemak. “Wat vindt jij ervan? Wat is jouw ervaring?”

 

Hoe verder?

Bedenk wat je kunt doen met de resultaten uit de oefening en de discussie. In de sessie kun je deelnemers ook vragen om ideeën aan te dragen. Hoe kan de gedeelde kennis worden behouden en hoe kan verder worden geleerd?

  • Vraag een deelnemer de mind map, gemaakt tijdens de oefening, uit te werken en deze op het prikbord te hangen.
  • Spreek af wanneer de punten uit de discussie verder worden besproken.
  • Opper het idee de ingevulde oefening op klein formaat te printen en te plastificeren, zodat de deelnemers deze altijd kunnen raadplegen.