Didactische uitgangspunten van Microtraining
Het doel van Microtraining is het delen en vermeerderen van aanwezige kennis binnen een organisatie. Microtraining is gebaseerd op drie uitgangspunten:
1. Microtraining ondersteunt informeel leren. |
2. De deelnemer staat centraal. |
3. Microtraining stimuleert actief leren |
||
![]() |
![]() |
![]() |
||
Past in iedere werkdagDoordat Microtrainingsessies slechts 15 minuten duren passen ze goed in het dagelijkse werkritme. Ze kunnen naar behoefte en zonder te veel verstoring, op iedere werkdag worden ingepast.
|
Gerichte vragen van deelnemersMicrotraining gaat uit van gerichte vragen van deelnemers, die meestal direct samenhangen met ontwikkelingen in de eigen organisatie. Doordat hun eigen vragen aan bod komen is hun betrokkenheid groter. Invloed op de inhoud van de sessiesDe deelnemers hebben invloed op de keuze van de onderwerpen en komen met suggesties voor de vormgeving van de sessies. Ze kunnen ook zelf sessies organiseren. Er wordt aanspraak gemaakt op de kennis en kunde van deelnemers. Hierdoor voelt men zich gewaardeerd. Vertaald naar eigen werksituatieOok nieuwe onderwerpen, die niet door de deelnemers worden aangedragen, maar die vanuit de organisatie komen, worden vertaald naar hun werksituatie. Het is belangrijk dat hetgeen besproken is direct in praktijk kan worden toegepast. Microtraining gaat niet alleen over kennisoverdracht, maar ook om inzicht en het toepassen van kennis. |
Samen problemen oplossenMicrotraining is gebaseerd op didactische principes voor het stimuleren van actief leren. Het delen van kennis is nu vaak eenrichtingsverkeerIn veel organisaties is kennisdeling eenrichtingsverkeer; de directeur houdt maandelijks een praatje of er wordt een instructiefilm vertoond. Doordat die informatie vaak weinig te maken heeft met de eigen werksituatie, verslapt de aandacht snel. Actieve werkvormenBij Microtraining wordt de aandacht door de afwisseling van activiteiten vastgehouden. De actieve werkvormen geven houvast. Het gebruik van beeldmateriaal zorgt voor herkenning. Door het onderling stellen van vragen kan duidelijk worden welke kennis de ander heeft. Een praktijkvoorbeeld legt verbinding met de eigen situatie. In een kort rollenspel kan bijvoorbeeld een situatie worden nagebootst. Reflectie, correctie en het vastleggenReflectie, correctie en het vastleggen van het geleerde passen in de opbouw van de sessie:
|









